Toelichting op vervallen vaarbevoegdheid reizen nabij internationale

De vaarbevoegdheden stuurman, kapitein en werktuigkundige <500GT met beperking tot reizen nabij de internationale kust (codes 108/138/208/239), zijn per 01-07-2025 vervallen in de nieuwe Wet Bemanning Zeeschepen.

Zeevarenden die een ’internationale kust’’ limitatie hebben op hun vaarbevoegdheid zullen deze na 01-07-2025 niet meer terugkrijgen. De maximale functie is vanaf 1 juli 2025 de EEZ variant, waarbij voor België en Duitsland middels een overeenkomst is geregeld dat men in de betreffende wateren kan varen. In alle andere gevallen is het eigen risico en wordt de scheepsbeheerder geadviseerd om na te gaan bij de lokale autoriteiten of men met een dergelijk vaarbevoegdheidsbewijs mag varen in de betreffende wateren. De acceptatie van de CoC beperking “Reizen nabij de Nederlandse kust binnen de NL EEZ” zal in principe niet anders zijn dan de voorheen gehanteerde CoC beperking “Reizen nabij de internationale kust”. De inhoudelijke eisen zijn exact hetzelfde en zijn conform het STCW-verdrag. Deze inhoudelijke vereisten zijn van een dermate hoog niveau en robuust dat deze door andere landen waarschijnlijk geaccepteerd zullen worden.

Hoewel de tekst op het vaarbevoegdheidsbewijs is veranderd is er feitelijk geen wijziging met betrekking tot het gebruik hiervan. De tekst ‘internationaal varen’ op het vaarbevoegdheidsbewijs was gekoppeld aan een verwijzing naar Regulation II/3 en Chapter I, regulation I/3 die ook werd vermeld op het vaarbevoegdheidsbewijs, zie hieronder een voorbeeld:

Het gaat daarbij om een limitatie tot “Ships engaged on Near Coastal Voyages”. In paragraaf 2 en 5 van Regulation I/3 in de STCW conventie wordt beschreven dat landen onderling een ‘undertaking’ over het varen in een Near Coastal vaargebied moeten afsluiten. De limitatie “Reizen nabij de internationale kust” is niet conform het STCW-verdrag mede omdat de indruk gewekt kon worden dat er internationaal gevaren (bijvoorbeeld kust-hoppen) kon worden met een dergelijk CoC.

Daarom is de limitatie “Reizen nabij de internationale kust” vervangen door de limitatie “Reizen nabij de nationale kust binnen de Nederlandse exclusieve economische zone (hierna: EEZ)”. De laatste limitatie geeft het meest ruime vaargebied binnen het begrip reizen nabij de kust. Dit wil niet zeggen dat mensen met een dergelijke bevoegdheid niet in buitenlandse wateren in een beperkt vaargebied zouden mogen varen. Dat is namelijk wel mogelijk, onder voorwaarden.

 

Wat als je vaargebied wel de internationale kust betreft?

De acceptatie van de CoC beperking “Reizen nabij de Nederlandse kust binnen de NL EEZ” zal in principe niet anders zijn dan de voorheen gehanteerde CoC beperking “Reizen nabij de internationale kust”. De inhoudelijke eisen zijn exact hetzelfde en zijn conform het STCW-verdrag. Deze inhoudelijke vereisten zijn van een dermate hoog niveau en robuust dat deze door andere landen waarschijnlijk geaccepteerd zullen worden.

Zoals hierboven gesteld vereist het STCW-verdrag wel dat er een specifieke undertaking is over de eisen en voorwaarden voor het varen in elkaars kustwateren. De praktijk laat echter zien dat dergelijke specifieke overeenkomsten zelden worden gesloten. Nederland heeft een dergelijke overeenkomst alleen met de buurlanden België en Duitsland.

In alle andere gevallen wordt aangeraden, alvorens in buitenlandse wateren, in een beperkt vaargebied, te varen, zich te vergewissen van de eisen die de lokale maritieme autoriteit in dat geval stelt. Dat kan door contact op te nemen met de maritieme autoriteit van het betreffende land. Achtergrond is dat andere kuststaten (verdragspartijen) zelf gaan over de eisen die zij stellen in hun kustwateren. In de meeste gevallen zal dat conform het STCW-verdrag zijn. Dan zijn de eisen overeenkomstig. Uiteraard blijkt uit de praktijk dat veel landen het wel lijken te accepteren als men vaart met dergelijke vaarbevoegdheidsbewijzen (zonder dat er sprake is van een undertaking).

Uit oogpunt van duidelijkheid: Het idee dat de bevoegdheden met de limitatie ‘reizen nabij de internationale kust’ recht gaven om internationaal te kunnen varen is echter onjuist. Deze bevoegdheden konden worden gebruikt in buitenlandse wateren in een beperkt vaargebied. Dat was de oude situatie en dat is ook de nieuwe situatie.

Aanvullende eis

Een bijkomende eis is, dat de aanvulling scheepsmanagement (N of W) verplicht is voor bevoegdheid Nederlandse kust en EEZ.

M.b.t. reeds afgegeven vaarbevoegdheden geldt dat er overgangsbepalingen van toepassing zijn: oude rechten blijven behouden, in die zin dat de geldigheid doorloopt. Nieuwe afgifte gebeurt niet meer na de inwerkingtreding van de nieuwe wet per 1 juli a.s. Zeevarenden die op dat moment al in het bezit zijn van een bevoegdheid voor de Nederlandse kust en EEZ hoeven ook niet alsnog een aanvulling N of W te doen.

 

Achtergrondinformatie: